Over gynaecomastie, een moeilijk woord voor borstvorming bij mannen, wordt maar weinig gepraat. En dat terwijl het helemaal niet zeldzaam is: een groot deel van de mannen krijgt in zijn leven met borstvorming te maken. Soms komt het door groeiend klierweefsel in de borst (gynaecomastie), soms door vetmassa (pseudogynaecomastie). We vertellen u hoe u het verschil herkent en welke behandelingen mogelijk zijn.

Wat is gynaecomastie?

Gynaecomastie klinkt ingewikkeld, maar het is in feite heel simpel: gynaecomastie is de medische term voor borstvorming bij mannen. Hormonen spelen hierbij de hoofdrol. Bij mannen is er normaal gesproken een evenwicht tussen de hormonen oestrogeen en testosteron. Oestrogeen wordt vaak een ‘vrouwelijk’ hormoon genoemd, maar mannen maken het ook in kleine hoeveelheden aan. Raakt dit evenwicht verstoord, dan kan het klierweefsel in de borst gaan groeien. En dat levert borstvorming op.

Gynaecomastie: alleen bij mannen

Gynaecomastie komt dus alleen bij mannen voor. Het heeft niets te maken met gewicht, maar met een reactie van het lichaam op hormonen. Gynaecomastie kan ontstaan in de puberteit, maar ook op latere leeftijd, bijvoorbeeld door medicijngebruik. Bij jonge jongens verdwijnt het vaak vanzelf binnen een paar maanden tot twee jaar. In andere gevallen blijft het aanwezig en kan behandeling wenselijk zijn. Borstvorming is meestal onschuldig, maar kan wel erg vervelend zijn.

Wat is vetophoping (pseudogynaecomastie)?

Een nog wat moeilijker woord is pseudogynaecomastie. Maar ook dat is simpel uit te leggen: pseudogynaecomastie is borstvorming bij mannen door vet. Hormonen spelen hier dus geen rol. Pseudogynaecomastie komt vaker voor bij overgewicht of vettoename en kan verminderen als u afvalt. Gebeurt of lukt dat niet, dan is behandeling in de vorm van liposuctie een optie.

Gynaecomastie of vetophoping?

Hoewel er een taboe lijkt te liggen op borstvorming bij mannen, komt het vaker voor dan veel mensen denken. Een groot deel van de mannen krijgt er op enig moment in hun leven mee te maken. Tijdens de puberteit gaat het zelfs om ongeveer de helft tot 70 procent. Vaak is het tijdelijk, soms blijvend. Het verschil zit ‘m in de mate waarin het zichtbaar is en wat de oorzaak is (vet, klier of beide).

Met het blote oog is vaak lastig te zien of er sprake is van klierweefsel (gynaecomastie) of vetweefsel (pseudogynaecomastie). In de praktijk komt het ook vaak voor dat beide tegelijk aanwezig zijn: dat geldt voor zo’n 70% van de gevallen.
Over het algemeen geldt dat slanke mannen vaker last hebben van klierweefsel, terwijl bij mannen met meer vetmassa de borst vaker voller wordt door vetophoping.

Uiteindelijk zal een arts het beste kunnen beoordelen wat het is. U begint het traject bij de huisarts. Hij of zij kan meestal al voelen of het om vet of klier gaat. Toch vraagt SAM Kliniek altijd aan patiënten om via de huisarts een echo te laten maken. De artsen kunnen zo goed beoordelen of er vet, klier of een combinatie van beide in uw borst zit en hoe groot de eventuele klierenschijf dan is. Aan de hand daarvan volgt het behandelplan.

De verschillen tussen gynaecomastie en pseudogynaecomastie duidelijk op een rij:

Kenmerk

Gynaecomastie

Pseudogynaecomastie

Oorzaak Hormonale disbalans Overgewicht/vettoename
Wie Alleen mannen Mannen en vrouwen
Weefsel Klierweefsel Vetweefsel
Verdwijnt vanzelf? Soms, vooral bij jongeren Nee, alleen met afvallen of liposuctie
Behandeling Operatie of afwachten Afvallen of liposuctie

De behandeling van gynaecomastie en vetophoping

De behandeling van (pseudo)gynaecomastie hangt af van de oorzaak van de borstvorming: gaat het om vet, klier of een combinatie?

Bij pseudogynaecomastie (vet): komt de borstvorming door vet, dan is liposuctie vaak de oplossing. Vooral vaserliposuctie is effectief. Dit is een moderne techniek die ultrasone trillingen gebruikt om vet los te maken. Het vet kan daardoor nauwkeurig verwijderd worden. Het is een relatief lichte ingreep. U zult nauwelijks littekens zien, omdat de arts maar een kleine snede hoeft te maken.
Bij gynaecomastie (klier): gaat het om klierweefsel, dan is liposuctie alleen vaak niet voldoende. Daarvoor is klierweefsel te stevig. In dat geval combineert de arts liposuctie met een kleine chirurgische ingreep, waarbij het resterende klierweefsel via een kleine snede wordt weggehaald. Ook hier zult u nauwelijks littekens van zien.
Bij een combinatie van vet en klier: soms is er sprake van beide. Dan kiest de arts voor een combinatiebehandeling, waarbij hij liposuctie combineert met het verwijderen van klierweefsel.

De plastisch chirurg overlegt met u welke behandeling het beste bij uw situatie past. Alle ingrepen gebeuren bij SAM Kliniek onder plaatselijke verdoving.

Kan gynaecomastie of vetophoping terugkomen?

In de meeste gevallen is het resultaat van de behandeling blijvend. Bij gynaecomastie kan borstvorming alleen terugkomen als de hormonale disbalans opnieuw ontstaat, bijvoorbeeld door medicatie of een medische aandoening. Vetophoping kan terugkeren bij gewichtstoename. De vetcellen die bij een liposuctie worden weggehaald, komen niet zomaar terug, maar de overgebleven vetcellen kunnen wel groeien als u aankomt. Daarom is een gezonde leefstijl – voldoende bewegen, gevarieerd eten en een stabiel gewicht – belangrijk om het resultaat te behouden.

Vergoeding

Of de behandeling wordt vergoed, verschilt per situatie. Heeft u gynaecomastie en is behandeling medisch noodzakelijk, dan kan de operatie vergoed worden. Bij puur cosmetische redenen wordt de ingreep niet vergoed.

Dit blog is geschreven in samenwerking met Prof. Dr. M.E. Buncamper